ALGEMEENHEDEN
  type: standbeeld de Mérode
ontwerp:Mac Donald
steendruk: J.Verschueren te Antwerpen
Uitgiftedag : zaterdag 3/10/1914
Tanding:14
Vel: 75 zegels in drie panelen van 25
Einde gebruiksstelling: 14/08/1920
Frankering: enkel geldig in het binnenlands verkeer
Restanten: verbrand in de zegeldrukkerij te Mechelen 1928

STEENDRUK

Lithografie of steendruk, ook 'schrijven op steen', werd ontwikkeld en voor het eerst toegepast door Alouis Senefelder in het jaar 1798. Het is een vlakdrukprocédé, d.w.z. dat de drukkende en niet-drukkende beelddelen naast elkaar in gelijke hoogte op de oppervlakte van de steen liggen. Dit procédé geeft een zeer hoge mate van nauwkeurigheid van weergave, en is de voorloper van de Offsetdruk.
De gebruikte steen is een licht-poreuze kalksteen, die gemakkelijk water opneemt en o.a. wordt gevonden in Italië,Oostenrijk. De blauw-grijze stenen zijn het hardst en zeer geschikt voor het fijn lijnwerk. De stenen moeten aan beide zijden vlak zijn, tamelijk dik zijn (6 à 10 cm) en altijd aan alle zijden zo'n 4 cm groter dan de tekening die erop moet komen te staan. Een nieuwe of gebruikte steen kan worden geslepen, om deze te prepareren voor gebruik, b.v. door twee stenen over elkaar te wrijven, of de steen te bewerken met een steenvijl. Voor het gebruik van lithografische inkt is een zeer gladde steen gewenst, polijsten is dus nodig.
Het aanbrengen van een afbeelding gebeurt als volgt: het principe berust op de elkaar afstotende werking van water en vet. Een vet gedeelte van een vlak neemt geen water aan,en een nat gedeelte houdt geen vet. De delen van de steen die zullen afdrukken zijn met vet bewerkt. Dit vet kan op allerlei manieren worden opgebracht bv met speciaal voor dit doel vervaardigde stiften, krijt, inkt, autografisch.
Na de betekening van de steen zou deze eigenlijk direct afgedrukt kunnen worden; in de praktijk blijkt echter, dat de vette gedeeltes van de steen, die de afdruk opleveren, iets gaan uitlopen, waardoor het beeld snel aan duidelijkheid verliest. Daarom moet de steen geprepareerd worden. Dit zorgt ervoor,dat de vette gedeeltes van de steen niet gaan uitlopen in de rest van de steen,en nog beter water zullen afstoten.Anderzijds zullen juist de niet-vette gedeeltes na het prepareren beter water kunnen opnemen. De tekening word TEN EERSTE beschermd door er harspoeder over aan te brengen; TEN TWEEDE wordt de steen geëtst om het vet beter in de steen te doen trekken en de niet-vette gedeeltes beter water-opnemend te maken. Dit gebeurd met Arabische gom, salpeterzuur,en water.Hierdoor word op de steen een onoplosbaar laagje aangebracht waardoor hij beschermt word tegen alle vetsubstanties, zodat zich op de delen die onbedrukt moeten blijven,geen drukinkt zal hechten. TEN DERDE de tekening wordt versterkt door de Arabische gom te laten drogen en dan de inkttekening uit te wassen met terpentine of petroleum. Door deze behandeling kan de hele tekening verdwijnen of enkel als een lichtbruine vorm te zien zijn. Het vet van de tekening is volledig in de steen getrokken.Na het inkten komt het beeld weer terug.
Het vette gedeelte van de steen kan nu de vette inkt aannemen,en het schone gedeelte van de steen niet, mits het goed nat gehouden word.

Meerkleurendruk

Eenzelfde aantal stenen worden gebruikt als het aantal kleuren dat je gaat gebruiken, waarbij de stenen als het enigszins kan van dezelfde maat moeten zijn.
Pasnaalden zijn stevige, tamelijk grote( circa 6 cm) naalden, waarop men aan de achterkant, de kant met het oog, een stuk kurk of hout prikt. Verder brengt men paskruisen aan buiten het beeldvlak, welke dienen om de kleuren bij het afdrukken "in register" ofwel sluitend te krijgen.
De methode is als volgt: vóór het drukken van de volgende kleur,eerst met een priem een gaatje in de steen maken op de plaats van de paskruisen. De tweede steen in de gekozen kleur inrollen. Men neemt dan de afdruk in de eerste kleur ( die goed droog moet zijn) en maak een gaatje in de mee afgedrukte paskruisen. Dan de pasnaalden door de gaatjes in de achterkant van de afdruk steken, en aan weerszijden van de afdruk in het gaatje van de steen steken, dan het papier laten zakken op de steen. Dan de tweede kleur afdrukken na eerst de pasnaalden te hebben verwijderd.

Omdruk of Autografie

Hiermee bedoeld men het overdragen van het kleurbeeld van een reeds bestaande drukvorm op steen om deze als vlakdrukvorm te prepareren en af te drukken. In principe komen hiervoor alle drukvormen,waarvan men met vettige drukverf afdrukken op autografisch papier maken kan, in aanmerking. Zowel hoog-, diep-, en vlakdrukvorm als doordrukvormen, manueel of machinaal gemaakt, zijn hiervoor geschikt. Autografisch papier was aan één zijde zodanig behandeld dat het geen vet opneemt, zodat de tekening die erop wordt aangebracht niet in het papier kan dringen.
Als een klein beeld op een lithosteen in grote oplage moet gedrukt worden, b.v. etiketten of postzegels, kan men dit op een grote steen zo dikwijls als gewenst herhalen, om dan op een grote pers snel de oplage te behalen.
De procedure van het omzetten van een diepdruk-afbeelding kon op de volgende manier gebeuren: men drukte de ets verschillende malen apart af , dan knipte men de afdrukken uit en werden ze naast elkaar geplakt. Daarna werd een omdruk gemaakt via autografisch papier.
Op het autografisch papier werkte men meestal met een positieve afbeelding, welke negatief werd bij het overbrengen.
Een druksteen liep steeds een risico op breuk bij het drukken,daarom kon men ook van de originele steen een omdruk maken, welke dan gebruikt werd voor het drukken.

Het machinaal drukproces.

Het aandrijfwiel brengt de marmeren wagen waarop in het midden de steen ligt, met ervoor de inkttafel en erachter de vochttafel, in beweging.Op diezelfde horizontale lijn staan de inktbak, het inktwerk, de inktrollen, de vochtrollen en het vochtwerk.Naargelang de dikte van de steen word deze met stelschroeven op dezelfde hoogte gebracht als de vocht- en inkttafel.
De inkttafel gaat van de inktbak naar het inktwerk,en vandaar naar de inktrollen. De steen komt beurtelings in aanraking met de inkt-en de vochtrollen.Deze laatste bevochtigen de steen, waarna de cilinder het door de 'margeur' of 'inlegger' ingelegde papier meevoert en het op de steen, die pas door de inktrollen werd ingeinkt,drukt. De inlegger neemt een los vel papier van een stapel, legt deze op de machine, waarna deze automatisch in de machine wordt getrokken via een cilinder met uitsteeksels,vandaar de 'trekpunten' in de rand van het vel.

De productiesnelheid.

Bij een goed draaiende pers haalde men tussen 300 en 500 vellen per uur, ongeveer 1 vel per 7 seconden.

OPLAGE

Er bestaat geen zekerheid over de juiste oplage, de gegevens hierover zijn verloren gegaan door de oorlogsomstandigheden. Daarom vermelden we hieronder enkele cijfers met vermelding van de bron.
Voorziene oplage:
5c:
600.000
 
10c:
600.000
 
20c:
75.000
 
Officiele Belgische Catalogus.
5c:
23.214
   Waarschijnlijk betreft het hier de te Antwerpen verkochte aantallen.
10c:
14.650
 
20c:
8.663
 
Momenteel vermeld de catalogus een ander aantal,nl overeenkomend met de cijfers van het Rode Kruis.
schatting van Soebert:
5c:
24.000
 
10c:
30.000
 
20c:
12.000
 
Rode Kruis:
5c:
150.000
   Waarschijnlijk zijn dit de aangemaakte aantallen,niet de verkochte.
10c:
150.000
 
20c:
50.000
 
Eigen verzamelingen:
5c:
1305
 
10c:
2065
 
20c:
536
 

TANDING :

Kamtanding.

De kamtanding is de meest gebruikte tanding en wordt gemaakt met een apparaat gelijkend op een kam met een lange zijde en verschillende korte zijden, welke rechthoekig op de lange zijde geplant zijn. Het perforeert drie zijden tegelijk,op die manier een openstaande rechthoek vormend, de vierde kant word geperforeerd door de herhaalde beweging van de kam. Het te perforeren blad of bladen wordt vastgelegd in de automatische tandingmachine waarbij de kruisen in de bladranden als richtingspunt dienen. Drie zijden van de zegel worden dus met één slag geperforeerd, dus bijvoorbeeld boven of onder en aan de twee zijkanten, of aan één zijkant plus boven en onder. Bij de volgende slag van deze kam worden dan weer drie zijden van de volgende rij postzegels alsmede de overgebleven zijde van de voorafgaande rij geperforeerd.Hierdoor komen de hoeken precies op hun plaats te zitten. Soms is er een speling tussen de kamperforaties van de opeenvolgende rijen postzegels, en dat kan leiden tot een ''dikke tand'' die altijd aangeeft in welke richting de kamtanding gewerkt heeft.Bij een volledig vel ziet men steeds de perforaties van de korte zijden in de velrand.

PAPIER :

Het papier is speciaal aangepast aan het drukprocédé, nl steendruk. Het papier moet bijzonder zacht zijn, de lijm mag niet te sterk zijn, maar moet wel zo krachtig zijn dat bij het drukken met de trekkrachtige steendrukinkt geen papierstofdeeltjes worden losgerukt. Belangrijk is een goede stijfheid van het papier, d.w.z. uitzetting en inkrimping van het papier moeten minimaal zijn bij druk.Handgeschept papier heeft de beste eigenschappen daar dit geen uitzetrichting heeft; Onder invloed van vocht gaat het zich in alle richtingen gelijkmatig uitzetten.

RANDOPSCHRIFTEN EN RANDTEKENS

DEPOT-stempel
Dépot 1914 in kader . Deze stempel werd gezet als bewijs dat het gedrukte vel was goedgekeurd en opgenomen in depot. De stempel werd niet steeds op dezelfde plaats gezet, en kan voorkomen recht in de rechter onderhoek, recht in de linker onderhoek, omgekeerd in de linker bovenhoek, omgekeerd in de rechter bovenhoek, boven het midden van het vel.

PASKRUISEN

Dit zijn kruisjes geplaatst in de velranden en doen dienst als richtpunten voor de tandingmachine.
Vellen van 5c:
   Kleur groen
   
Vellen van 10c:
   Kleur rood
 
Vellen van 20c:
   Kleur paars
 
Aan de hand van de paskruisen kan men het paneel van de 10 c en 20 c herkennen. Het LINKER paneel heeft paskruisen in de li velrand,bovenrand en onderrand. Het MIDDEN paneel heeft kruisen in boven-en onderrand. Het RECHTER paneel heeft kruisen in boven-en onderrand en in de re velrand .Bij de panelen van de 5 c is dit niet zo, om ons nog onbekende redenen.
Alle drie de panelen hebben enkel kruisen in de onder -en bovenrand.

'TREKKEN'

Dit zijn kleine ronde puntjes, voorkomend in de velranden aan de zijkanten, volledig geperforeerd of enkel verheven van de achterzijde van het blad naar het zegelbeeld toe, veroorzaakt door het "trekken" van een getande rol welke het papier in de drukmachine trekt.
   Aantal: 5 in linker en rechter velrand.
   plaatsing: 7 mm naast de zegel
   Afstand tussen de "trekken": meestal 4,6 cm soms 3,6-3,8 cm.


VOLLEDIG VEL

Poging tot reconstructie van de afmetingen van het volledig vel aan de hand van een artikel van Soebert.

Voorafgaandelijk willen wij opmerken dat er afwijkingen kunnen voorkomen in de breedte van het vel en wel om drie redenen:
1) Het te bedrukken papier werd afgesneden van een groter vel (rol?) wat afwijkingen kan geven.
2) Bij het drukken kan de papierinvoer een lichte speling vertonen, en de panelen worden niet op exact dezelfde plaats afgedrukt.
3) De bedrukte vellen werden op elkaar gelegd en in bundel versneden, wat afwijkingen kan geven doordat de onderste vellen verschoven.

In de Revue du collectionneur-spécialiste blz 206-207 vinden we onderstaande afbeelding:

Het gaat hier over een vel zogenaamd 'drukuitschot', een reeds gedrukt vel papier met de kleine Albert zegels dat ten tweede male werd gebruikt bij het in gang zetten van de drukmachine .
Blijkbaar had deze enkele drukgangen nodig vooraleer perfecte vellen te produceren, waarvoor men reeds gedrukte (en afgekeurde?) vellen gebruikte om papier te sparen.
Het betreft hier een deel van paneel 2 en paneel 3 van de 5 c Mérode zegel, met een tussenpaneelafstand van 3,6 cm.
Wij vermelden nu een aantal metingen, uitgevoerd op de in ons bezit zijnde volledige vellen zegels.
-5 c paneel 1:
li zijrand : 14 mm 3 maal, 13 mm 2 maal.
re zijrand: 14 mm 3 maal, 13 mm 2 maal.
totale breedte van het vel 16,2 cm 5 maal, met steeds een breedte van het zegelbeeld van 13,4 cm.
5 c paneel 2 :
li zijrand : 14 mm 6 maal, 13 mm 1 maal 11 mm 1 maal.
re zijrand 14 mm 4 maal, 13 mm 3 maal, 21 mm 1 maal.
totale breedte 16,2 7 maal 16,6 cm 1 maal, met steeds een totale breedte van het zegelbeeld van 13,4 cm.
5 c paneel 3:
li zijrand: 12 mm 1 maal, 13 mm 2 maal, 14 mm 5 maal, 15 mm 1 maal.
re zijrand: 13 mm 7 maal, 14 mm 1 maal, 15 mm 1 maal, 19 mm 1 maal, 21 mm 1 maal.
totale breedte van het vel 16,1 mm 3 maal, 16,2 cm 6 maal, 16,6 cm 2 maal, met steeds een zegelbeeldbreedte van 13,4 cm.

Gaan we uit van een maximale breedte van de li zijrand van paneel 1 van 1,4 cm , een breedte van het zegelbeeld van 3 maal 13,4 cm, een interpaneelafstand van 2 maal 3,6 cm en een maximale breedte van de re zijrand van paneel 3 van 2,1 cm
dan komen we tot de volgende berekening: 1,4+13,4+3,6+13,4+3,6+13,4+2,1 cm = 50,9 cm

Hieronder volgen de metingen en dezelfde berekening voor de 10 c .Opvallend zijn hier ook de nog grotere verschillen tussen de vellen. Blijkbaar werden de verschillende panelen niet exact gelijk uitgesneden.
10 c paneel 1:
li zijrand: 13 mm 2 maal, 16 mm 5 maal, 17 mm 1 maal.
re zijrand 12 mm 1 maal, 13 mm 5 maal, 14 mm 1 maal, 15 mm 1 maal.
totale breedte : 15,9 mm 1 maal, 16,3 mm 5 maal, 16,4 mm 1 maal, 16,5 mm 1 maal. Totale zegelbreedte 13,4 cm.
10 paneel 2:
li zijrand 14 mm 4 maal, 15 mm 7 maal.
re zijrand 11 mm 3 maal, 14 mm 7 maal, 16 mm 1 maal.
totale breedte16,3 mm 10 maal, 16,4 cm 1 maal. Totale zegelbreed 13,4 cm.
10c paneel 3:
li zijrand: 14 mm 1 maal, 15 mm 1 maal, 16 mm 6 maal.
re zijrand:13 mm 6 maal, 14 mm 1 maal, 15 mm 1 maal.
totale breedte: 16,3 mm 7 maal, 16,4 mm 1 maal.Totale zegelbreedte 13,4 cm.

Gaan we uit van de maximale breedte van de li zijrand van paneel 1 van 1,7 cm, een breedte van het zegelbeeld van 3 maal 13,4 cm, een interpaneelafstand van 2 maal 3,6 cm en een maximale breedte van de re zijrand van paneel 3 van 1,5 cm
dan komen we tot volgende berekening : 1,7+13,4+3,6+13,4+3,6+13,4+1,5 =50,60 cm

Volledigheidshalve geven we nog de metingen van de volledige vellen van 20 c in ons bezit:
20 c paneel 2: li zijrand 15 mm; re zijrand 15 mm; totale velbreedte 16,4 cm.
20 c paneel 3: li zijrand 15 mm; re zijrand 15 mm; totale velbreedte 16,4 cm.

Met verregaande extrapolatie zouden we dan volgend resultaat krijgen:
Li zijrand paneel 1 15 mm, 2 maal de interpaneelafstand van 3,6 cm, 3 maal het zegelbeeld van 13,4 cm, re zijrand van paneel 3 van 15 mm: 1,5+13,4+3,6+13,4+3,6+13,4+1,5 =50,40 cm

Hieronder tonen wij een gelijkaardig stukje drukoverschot met een andere plaatsing van de hoogste waarde van de Mérode zegel t.o.v. de 5 c kleine Albert. Opmerking: de Mérode zegels zijn hier over de kleine Albert zegels heen gedrukt; Blijkbaar werden de zegels in verschillende drukgangen geproduceerd, eerst een deel Mérode en kleine Albert zegels om de postkantoren te bevoorraden op 3 oktober 1914, de dag van uitgifte. Later werden dan nog aantallen bijgedrukt om de voorziene oplage te produceren, vermits men nog aan het drukken was op 7 oktober, de dag dat de beschieting van Antwerpen begon.