In de tientallen jaren dat we reeds met vooral de de Mérode reeks bezig zijn, heeft het ons steeds verwondert hoeveel valse zegels er aangeboden worden door handelaars en op (zelfs gereputeerde) veilingen.
Zelfs de relatief eenvoudig herkenbare vervalsingen met gesloten Q in BELGIQUE worden als echt aangeboden, hoewel ze duidelijk in de officiële Belgische catalogus worden vermeld. Meestal refereert men dan naar de zogenaamde "tweede druk van Antwerpen" , terwijl de vervalsing met open Q als "derde druk van Antwerpen" word beschreven.

Wat is hiervan de reden?
- Er zijn zo weinig echte zegels dat handelaars ze niet steeds kunnen aanbieden en moeilijk aan de vraag kunnen voldoen.
- Vele verzamelaars zijn te snel tevreden en willen graag de voorgedrukte kaders in hun albums vullen, zonder zelf te gaan zoeken naar echte zegels.

Waarom beschouwen we de twee vervalsingen niet als postzegels en hoe komen we aan de criteria van de echte zegels ?
1) Enkel postzegels gedrukt op de originele drukstenen onder toezicht van controleurs van de post met de bedoeling als frankering te dienen? zijn echte zegels. Zij werden verdeeld onder de postkantoren en gebruikt voor het frankeren van echt gelopen poststukken. Bovendien werd per zegel een toeslag uitgekeerd aan het Rode Kruis.


2) Om de criteria van echtheid vast te stellen vertrekken we best van echt gelopen stukken, waar we rekening kunnen houden met alle controleerbare factoren om de echtheid van de brief en dus ook van de zegels te kunnen vaststellen.
Met de echtheidskenmerken vastgelegd door Vervisch en medewerkers kunnen we dan de afzonderlijke zegels gaan beoordelen en nieuwe criteria vaststellen bv van gom en plaatsing in het vel. Hierdoor kunnen onomstotelijk de echte zegels worden onderscheiden , wel met uitzondering voor de 10 c kleine Albert.

Hieronder volgt DE KEURINGSBOOM VOOR DE DE MÉRODE ZEGEL
5c

10c

20c