In 1929 werd er van de 50 c de Mérode zegel een herdruk gemaakt op een ministervelletje, uitgaande van de toen nog bestaande originele moederplaat.
De reden hiervoor zou een vraag van postmusea in andere landen kunnen geweest zijn, welke afdrukken van Belgische postzegels vroegen om hun collectie aan te vullen.

Een ministervelletje is een vel papier van 150 x 175 mm, voorzien van een droogstempel in de rechter benedenhoek (standpunt van de kijker) met de tekst:
Ministère des chemins de fer, Marines, postes et télégraphes Ministerie van spoorwegen, zeewezen,posterijen en telegrafie.
Deze velletjes werden meestal genummerd van 1 tot 18 in de linker bovenhoek en waren bedoeld om gegeven te worden aan de koning, de koninklijke familie en zijn ministers, waarbij de koning nr 1 kreeg, en de volgende in orde van belangrijkheid. Er zijn ook velletjes bekend zonder nummer.
Vanaf de eerste zegels van België werden deze ' ministervelletjes' gemaakt (maar tijdens de oorlogsjaren 1914-1918 en 1940-1945 komen zij niet voor .)

Kenmerkend voor de hier afgebeelde zegel is het volgende:
1) De zegel werd op het laatste moment afgekeurd wegens de verkeerde spelling van het Nederlandse woord "centiemen" .
2) De afbeelding van de groep figuren is gericht naar rechts.
3) De afdruk van de zegel is omgeven door "zwarting" , d.w.z. schaduwen in de achtergrond.